Het oordeel over de kinderen van de ongelovigen die overlijden

Vraag:

Wat is het oordeel over de kinderen van de ongelovigen en polytheïsten die in hun kindertijd overlijden? Zullen zij het Paradijs of de Hel binnentreden?

Antwoord:

De kinderen van de polytheïsten in deze wereld vallen onder hetzelfde oordeel als dat van hun ouders, maar voor wat betreft het Hiernamaals, het authentieke van de uitspraken van de mensen van kennis over hen, zijn er twee meningen:

De eerste [mening] is dat zij een test zullen ondergaan, wie dus de beproeving overleeft gaat het Paradijs binnen, en wie het niet overleeft gaat de Hel binnen. Dit doordat men uitgenodigd wordt om de Islaam te omarmen. Wie [de uitnodiging] accepteert treedt het Paradijs binnen, en wie weigert treedt het Hellevuur binnen.

De tweede [mening] is dat zij behoren tot de mensen van het Paradijs. Gebaseerd op hetgeen al-Bukhaarie overgeleverd heeft in zijn Sahieh * op het gezag van Samorah ibn Jundub dat hij (de profeet) ‎ﷺ hen in een droom zag met Ibrahim –‘alayhi assalaam- in een tuin samen met kinderen van de moslims. Dit is ook omdat zij overleden zijn op al-fitrah (natuurlijke aanleg), hun ouders hebben hen niet bekeerd tot het Jodendom, Christendom of Zoroastrisme. Volgens zijn uitspraak -ﷺ: ‘Er is geen pasgeborene of hij is geboren in een staat van fitrah. -volgens een andere overlevering: geboren in geen andere dan deze religie-. zijn ouders maken hem dan een Jood, Christen of Zoroastriër.‘ **

Overeengekomen door al-Bukhaari en Moslim. De grootgeleerde Ibn al-Qayyim رحمه الله heeft dit onderwerp uitgewerkt in het laatste deel van ‘Tariq Al-Hijratayn wa Baab Al-Sa’aadatayn’. Bekijk die voor meer profijt.

Moge Allaah ons succes schenken. Moge Allaah’s vrede en zegeningen met onze Profeet Mohammed, zijn familie en Metgezellen zijn.

Het permanente comité: Shaykh Bakr aboe Zayd (lid), Shaykh AbdoelAzeez aale Shaykh (lid), Shaykh Saalih al-Fawzaan (lid), Shaykh AbdoelAzeez bin Baaz (voorzitter)

* Sahieh al-Bokhaarie 8/85-86.
** Sahieh al-Bokhaarie tafsier al-Qor-aan #4775, sahieh Moslim al-qadar #2658, mosnad Ahmad 2/393.